Month: januari 2014

Begrip

Wanneer de tractor de afstand tussen zichzelf en mijn voorligger steeds groter maakt, is de grens bereikt. Ik kan goed begrijpen dat je in een bepaalde fase van het leven geen haast meer hebt. Het enige wat nu nog komen kan is namelijk het zwarte niks. Maar sodemieter alsjeblieft op.

De verkeerslichten die net op rood springen, terwijl je er eigenlijk vijf minuten geleden al moest zijn. Of de fietser die net dat tikkeltje te veel plaats inneemt om hem in te kunnen halen. De vuilniskar die in het tempo van de vuilnisman van vuilniszak naar vuilniszak rolt. De middenvaktoerist, gezellig tuffend aan net geen honderd per uur.

De bel die aangeeft dat de brug sluit, de slagbomen die de doorgang over de spoorweg versperren, de chauffeur die schrikt van water dat uit de lucht valt (JA HET IS REGEN, GEWOON RIJDEN TEEF!), de truckchauffeur die zijn lading over drie rijbanen gooit, de L-sticker die staat voor “Lul, je mag hier 90 per uur!”, de duizenden anderen die net op hetzelfde moment datzelfde streepje snelweg moeten passeren en jou uitdagen voor een spelletje net niet naar tweede schakelen.

En dan, net op het moment dat die finishlijn een tastbare realiteit wordt… Net dan, die bijna seniele oude rotkop die al jaren geen enkel besef meer heeft van wat het is om op een bepaald tijdstip ergens te moeten zijn. Net dan, op het moment dat iedere broodverdiener op weg is om zijn of haar brood te gaan verdienen. Net dan en dus niet in die ongeveer acht uur waarin de simpele werkmens het verkeersnet niet nodig heeft, net dan besluit die gerimpelde oude rukker achter het stuur te kruipen van een wagen die belachelijk groot is voor iemand die ieder jaar twee centimeter kleiner wordt, om het bloed van onder de nagels die je ondertussen al in het rubber van je stuur hebt gedrukt, te halen door over de weg te bewegen met een snelheid die auto’s met een digitale snelheidsmeter zelfs niet eens kunnen aangeven.

Net dan is de grens bereikt en ontploft het in mijn hoofd en word ik een monster in een kooi. Een monster dat vastzit en zich met alle macht wil losrukken, een monster dat bonkt en slaat en schopt. Een monster dat witheet van woede schreeuwt en tiert. Een monster dat zwaait met de armen om toch maar duidelijk te maken dat alle hulp verloren en is en de ontreddering het overneemt, want je bent te laat, hopeloos te laat en je bent door je scheldvocabularium heen.

Verkeersagressie is een probleem. Maar soms begrijp ik het.