Of het geen idee is om eens een opiniestuk over de NMBS te schrijven…
Twee weken had het gevroren en de drie vaste winterwaarden waren opnieuw van de partij: schaatsgekte in Nederland, een asielcrisis die ontploft en treinen die even goed tegen de vrieskou kunnen als dakloze asielzoekers.
Ik zit op een trein die nog enkele minuten van zijn vertrek verwijderd is. Enkele minuten worden een handvol minuten en dan volgt het verdict: de trein rijdt niet verder wegens een technisch defect. Het is niet de eerste keer dat het pendeltraject problematisch verloopt, maar ik besluit de moedeloosheid van me af te schuiven en positief te denken. Wanneer ik informeer naar de eerstvolgende trein richting mijn bestemming, krijg ik dit als antwoord: “Met de trein zal dat niet meer lukken vandaag. Zoek anders een bus.” Het ongeloof haalt het van de furie, want als een mak schaap bedank ik de man.
Een urenhalf kom ik uiteindelijk te laat. De furie heeft waarschijnlijk haar weg gevonden naar mijn gelaatsuitdrukking, want het idee van een opiniestuk wordt geopperd. Schrijven als therapie, heet dat dan. Ik overweeg het ernstig, maar wanneer de stoom afgekoeld is, laat ik het idee varen.
Tot nu. Wanneer je op een trein zit die verdacht traag bolt, dan kun je de stront aan de knikker al bijna ruiken. Helemaal dramatisch wordt het wanneer die trein plots stopt. Zonder meer. Geen conducteur, geen stem door de intercom, niets. Alsof iedereen daar ogenblikkelijk met één knip van de vinger naar de vergetelheid is verwezen, de trein hulpeloos achterlatend.
Op zo’n moment is het idee van een opiniestuk bevrijd uit de verdoemenis van het achterhoofd en verteert het als een ontketende gek al mijn andere gedachten. Het is een vreemd gevoel: balanceren op de fijne lijn tussen de wanhoop dat dit de vertraging te veel is en de hoop dat ik de aansluiting nog haal. Maar wanneer mijn uurwerk het tijdstip van mijn overstap aangeeft en ik daar nog steeds zit, dan is dat opiniestuk al even snel weer vergeten. Het enige wat ik dan wil is roepen en huilen en slaan. Vooral slaan. En dan vooral roepen.
En waarom zou ik een opiniestuk nodig hebben? Om argumenten tegen de NMBS te geven? Die reikt ze zelf dagelijks aan. Bovendien is zo’n stuk te lang om te zeggen wat in één zin kan: het loopt daar zo ongelofelijk mank. Al is dat zo slapjes verwoord… Eigenlijk bedoel ik: het is een verziekte strontboel waar ik een absolute schijthekel aan heb gekregen en voor mijn part krijgen ze allemaal tyfus. Schrijven als therapie… het werkt.