De trein zou pas over een kwartier het station binnenrijden. Een kwartier wachten. Dat zijn 900 seconden. 900 keer moest die vermaledijde secondewijzer nog tikken. Ik haat het om te moeten wachten, maar kom doorgaans te vroeg aan. Een onverzoenbare combinatie en een zelfveroorzaakte bron van ergernis. Het besef overvalt me dat ik wel meer van die tegenstrijdigheden bezit.
Zo heb ik groene vingers, maar hangen die vast aan twee linkerhanden. En voor wie denkt dat dat niet tegenstrijdig hoeft te zijn, probeer zo maar eens een boom te snoeien. Als ik de vrouw zie die me met één blik wist te strikken in een les wereldgeschiedenis, dan word ik overmand door grootse gevoelens van liefde. Had iemand anders het voorafgaande geschreven, ik haalde meteen een salvo aan hoongelach boven.
Intimi vertellen me vaak dat hun eerste indrukken over mij vaak de richting uitgaan van een zelfverzekerde tiep. Misschien een tikkeltje té zelfverzekerd. Het woord ‘arrogant’ valt geregeld. Een laag zelfbeeld is echter de achterkant van dat onbewuste masker.
Gitzwart kunnen mijn gedachten zijn, doemscenario’s halen het in mijn hoofd altijd van positieve vooruitzichten. Maar kom naar mij met je problemen en ik zorg ervoor dat je gelooft dat alles goed komt. Ik praat niet graag over mezelf, maar stel met het nodige ongemak vast dat al het bovenstaande niet over iemand anders gaat.
Ach, die tegenstrijdigheden, ze zijn zo gek nog niet. In een wereld waar “elk voordeel ze nadeel heb”, messen vaak aan twee kanten snijden en de achterkant van de medaille niet over het hoofd gezien mag worden, is een beetje dr. Jekyll en mr. Hyde wel op zijn plaats.