Sukkel

Ik zie hem daar nog staan. Alleen,  naar alles en niets starend. Zijn gezicht een portret van eenzaamheid. Geen aangenaam gezelschap, maar niettemin door de meesten getolereerd.

Zijn mond beweert dat alles ok is, zijn ogen verraden onrust en verdriet. Ze lijken nood te hebben aan tranen, om de ellende weg te spoelen. Maar zelfs dat lukt niet. Huilen zonder tranen, het doet meer pijn dan niet huilen.

Nu eens wil hij schreeuwen, dan weer wil hij wegkwijnen in een hoekje. Maar bovenal wil hij rust. Een dag zonder storm in zijn hoofd. Geen constante janboel van gedachten, losse flarden die heen en weer schieten.

Een teringzooi van zelfbeklag en ellende. Een hoopje troosteloosheid.

Ik zie hem daar nog staan. De sukkel die ik was. Tot zij kwam.