Grote voeten

Ik heb nog nooit gevochten. Geen schop verkocht, geen vuistslag uitgedeeld. En nog belangrijker: niks geïncasseerd. Op zich geen gemis denk ik. Al is er een deel van mijn mannelijkheid die het er wel lastig mee heeft. Ongetwijfeld een soort ingebakken oervrees dat ik de vrouwen uit mijn omgeving niet zal kunnen overtuigen van mijn geschikte genen.

Maar goed, gevechten zijn vooralsnog niet aan mij besteed. Ik heb ook een te grote neus. Een goeie vechtersjas heeft geen groot reukorgaan. Nee, een vuistvirtuoos moet in de eerste plaats een kleine neus hebben. Stomp, wat aan de brede kant, redelijk dicht tegen het gezicht geplakt. Eentje waar een vuist mogelijk weinig grip op krijgt.

In mijn geval is het andere koek. Mijn neus vraagt gewoon om bewerkt te worden. Je zou al je best moeten doen om er überhaupt naast te slaan. Sla me op een willekeurige plaats op m’n bakkes en je breekt m’n neus. Sta met toe zulks liever te mijden. Met andere woorden: mij ga je niet snel met gebalde vuisten naar een sparringpartner zien zoeken.

Dat brengt als vanzelf het vraagstuk met zich mee of dat ook zo zou zijn als ik een kleine neus had. Zou ik, door het leven gaand met een stompe, kleine neus, een regelrechte macho zijn die leeft voor de volgende gekloofde wenkbrauw? Die al lachend die halfuitgemepte tand er zelf uittrekt? Zou het hebben van een platgedrukte neus me ertoe aanzetten om op café mijn glas bier te ledigen in het gezicht van een of andere loser, om hem daarna een kopstoot te geven waarbij ik zijn neusbeentje voel breken met mijn voorhoofd? Het houdt me werkelijk bezig.

Maar mijn moeder en vader gaven me deze neus, en zoals de Bond Zonder Naam in november 1966 al wist: “Vader en moeder moet ge danken, niet afdanken.” Hij mag dan al groot zijn, ik heb mijn neus wel leren appreciëren doorheen de jaren. Iedereen weet bovendien wat ze zeggen over mannen met grote neuzen. Dat ze grote voeten hebben. En iedereen weet wat ze zeggen over mannen met grote voeten. Dat ze grote schoenen hebben. En iedereen weet wat ze zeggen over mannen met grote schoenen. Dat ze niet echt wendbaar zijn in een gevecht…